De snelle groei en ontwikkeling die je puppy doormaakt zijn best complex voor zo’n klein lijfje. Terwijl je pup opgroeit, wordt hij groter, leert hij nieuwe dingen en ontwikkelt hij zijn karakter. Tegelijkertijd kunnen er momenten zijn dat hij niet luistert, dwars doet of zelfs angstig reageert. Dit zijn volkomen normale fases.
In dit artikel leggen we de verschillende groeifases uit en beschrijven we wat er per maand gebeurt. Zo begrijp je beter wat je pup nodig heeft op het gebied van voeding, begeleiding en training. Dit geeft je meer zelfvertrouwen als nieuwe puppyeigenaar.
Interessante weetjes over je pup
Zintuigen
- Pasgeboren pups openen hun oogjes rond de tweede week.
- Hun gehoor werkt goed vanaf ongeveer drie weken oud. Volwassen honden kunnen frequenties horen tot wel twee keer hoger dan mensen.
Immuunsysteem
- Het immuunsysteem van je pup is in het eerste half jaar nog volop in ontwikkeling. Goede voeding en verzorging helpen om je pup gezond te houden.
Sterke botten
- In het eerste jaar moeten de botten van je pup nog sterk worden, tot wel vier keer sterker dan beton.
Neonatale fase (0–2 weken)
Deze fase is de eerste periode van de groeicurve en duurt twee weken. Alle pups, ongeacht grootte, doorlopen deze fase. Ze zijn volledig afhankelijk van hun moeder en nestgenootjes.
Week 1
- De moederhond is het belangrijkste voor de pup: zij zorgt voor voeding, reiniging van het nest en helpt bij de temperatuurregulatie.
- Pups kunnen nog niet zelfstandig staan of lopen en bewegen voornamelijk kruipend.
Week 2
- De oogjes openen zich rond dag 10, maar reageren nog nauwelijks op licht of beweging.
- Het is tijd voor de eerste ontwormingsbehandeling, bij voorkeur met een pasta die makkelijk te doseren is per gewicht.
Overgangsfase (week 3)
- De zintuigen ontwikkelen zich verder. Pups beginnen actief te onderzoeken en tonen interesse in voer- en waterbakken.
- De moeder blijft belangrijk, omdat de pups nog steeds melk drinken. Zorg voor voeding die rijk is aan eiwitten voor moeder en pup.
- De eerste tandjes breken door; zorg voor voldoende kauwspeelgoed.
Eerste socialisatiefase (week 4–7)
Week 4–5
- Tijd voor de tweede ontwormingsbehandeling.
- Melktanden verschijnen (28 in totaal).
- Pups kunnen beginnen met vast voer, bijvoorbeeld licht geweekte brokken.
Week 6–7
- Eerste dierenartsbezoek en inenting tegen hondenziekte en parvovirus.
- Chips kunnen geplaatst worden (verplicht in Nederland).
- Ontwormen herhalen.
- Pups beginnen minder te spenen en kunnen volledig overschakelen op puppyvoer.
Week 8–12: Naar de nieuwe eigenaar
Week 8–9
- Pups mogen naar hun nieuwe eigenaren.
- De eerste socialisatieperiode gaat door; introduceer nieuwe mensen, dieren en omgevingen langzaam.
- Start met bescherming tegen vlooien en teken.
- Ontwormen herhalen.
- Dierenartsbezoek voor inenting tegen de ziekte van Weil en eventueel kennelhoest.
Week 10–12
- Begin met basistraining: aan de lijn lopen, benchtraining en alleen thuis blijven.
- Rond 12 weken wisselen de eerste tanden naar het volwassen gebit. Bied geschikt speelgoed en kauwsnacks aan.
- Laat de laatste vaccinaties geven; daarna jaarlijks herhalen.
- Ontwormen en ontvlooien herhalen.
Jeugd- en tweede socialisatiefase (12 weken–6 maanden)
- De groeisnelheid neemt af en verschilt per rasgrootte:
- Kleine honden: tot 8–10 maanden
- Middelgrote honden: tot 12 maanden
- Grote honden: tot 18 maanden
- Zeer grote honden: tot 24 maanden
- Grote en zeer grote honden hebben een aangepaste voeding nodig om een gezonde groei van botten en spieren te ondersteunen.
Tweede socialisatiefase (angstfase)
- Duurt van 12 weken tot 6 maanden.
- Pups kunnen plotseling angstig reageren; voorzichtig socialiseren is belangrijk om trauma’s te voorkomen.
Jong volwassenheid (puberteit)
- Je pup komt uit de kinderfase en kan eigenwijs gedrag vertonen: ongehoorzaamheid, hoge energie of zelfs agressie.
- Blijf consequent trainen en belonen.
- Deze fase kan enkele maanden tot maximaal een jaar duren.